AAN DE PRAAT MET HENK-JAN VAN DER MEULEN
Er staan twee Hollanders voor het stoplicht. Zegt de ene "groen", zegt de andere "een kikker". Wat doet een Hollander
als hij een verkeerslicht ziet? Hij stopt voor het rode licht, bewondert daarna oranje en groen en rijdt daarna bij het
rode weer door, want dat had hij al gezien. Hoe kan men een Hollander voor een lange tijd bezig houden? Geef hem een
briefje met aan beide zeiden "z.o.z.". Een Belg, een Duitser en een Hollander… Neen, het is welletjes. Lezers bij de
pinken hebben het al lang door: onze praatgast deze maand is een Nederlander. Is het dan niet grof zo maar met
Hollandermoppen te beginnen? Neen! Ten eerste, wel ingelichte bron weet me te vertellen dat Henk-Jan door zijn
lange verblijf hier in België meer en meer gehecht is geraakt aan ons landje. Hij ziet die Belgen wel zitten. Ze
zijn minder druk, gezapiger dan die Nederlanders en dat vindt hij een aangename verademing na weer eens contact met
het vaderland. Bovendien: Henk-Jan is een Fries. Een Fries is wel een Nederlander maar zeker geen Hollander. Laat
die Hollandermoppen dus maar aanrukken wat hem betreft.
Daarmee weten we nog altijd niet wie Henk-Jan nu eigenlijk is en hoe hij verzeild is geraakt in Koekelare en hinterland.
Hij is geboren en getogen in Friesland, is Predikant van de Evangelische Kerk en op die manier in ons land terechtgekomen.
Hij geeft les protestantse godsdienst in zowel De Lettertuin als het KTA. Is ondertussen aan onze school een behoorlijke
ancien geworden, in de betekenis van “een man met ervaring”. En ook in “het echte leven” heeft hij zijn sporen nagelaten:
hij is immers reeds de trotse opa van twee kleinkinderen. Kleinkinderen die allicht dat toch wel voor ons Belgen
benijdenswaardig trekje zullen hebben meegekregen: een opinie hebben én er durven voor uitkomen, tegen de goegemeente
in. Waarop Henk-Jan zal zeggen: OK, maar niet te drammerig!
En wat nog? Lees maar.
Je hebt zelf ook op de schoolbanken gezeten: welke waren je lievelingsvakken? Welke vakken zag je niet zo zitten?
Herinner je je een pittige anekdote uit je schooltijd? Was het vroeger beter? Of niet? Hoe heb je het onderwijs zien evolueren?
In het hoge noorden van Nederland, in één van de Friese elfsteden, Dokkum genaamd, ging ik naar
de middelbare school. Door mammoetvernieuwingen in het Nederlandse onderwijs kwamen in 1968 alle
eerstejaars terecht in een brugjaar om vandaar uit als brugpiepers door te gaan naar dat soort
onderwijs waarvoor de klassenraad je geschikt achtte. Ik kwam terecht op een lyceum waar een
directeur rector genoemd werd. Als je je niet op goed gedrag wilde laten voorstaan, kon je deze
goede man zo vaak ontmoeten als je wilde. Alle leerlingen die uit de les werden gestuurd, werden
bij hem verwacht. Door het overlijden van mijn moeder, dat jaar, was ik toen en de volgende jaren
een welgeziene gast op zijn bureau. Om mijn verdriet niet constant te voelen zette ik graag als
afleiding de boel wat op stelten. Na het ernstige gesprek op zijn bureau moest je dan in de centrale
hal, waar natuurlijk iedereen langs liep, onder een klok te kijk staan. Het enige voordeel was, dat
ik altijd wist hoe laat het was.
Wanneer er een les uitviel, gingen we gezellig met een groepje de stad in, wat in een zuidelijk
buurland ongehoord zou zijn en nog is. Ik kan me niet herinneren, dat er ooit toezicht was, behalve
in de aula (lees refter) waar de conciërge niet alleen chocomel verkocht maar ook een oogje in het
zeil hield, wanneer we daar tussen de middag met een paar honderd man onze boterhammetjes oppeuzelden.
Warm eten kregen we ’s avonds thuis. Vanaf de derde klas kregen we twee meisjes van buiten de Friese
grens in de klas, die zich alternatief gedroegen, ze hadden ook wat een buitenlands accent (Nederlands
dus, wij spraken Fries) en hadden vaak een diepwazige kijk op het leven, bewogen zich ook wat in slow
motion, met een vage wierookgeur om zich heen. Pas heel veel later kregen we door, dat ze niet alleen
tabak in hun shagje draaiden. Wonder boven wonder voor de rest van onze klas geen reden om het ook eens
te proberen. Dat hoorde bij hun eigenheid en wij waren nuchtere Friezen.
Wat mijn lievelingsvakken waren? Deze waar de leerkrachten met hart, ziel en lichaam hun kennis doorgaven.
Ik vond de lerares Frans een stuk en er was dus hoop, later kregen we een enorme droogstoppel van een
leraar en mijn Frans is slecht gebleven. Had ik het toen maar geweten dat ik in België zou landen.
Stel je bent eerste minister: wat pak je dringend aan?
De minister van onderwijs opdracht geven een plan uit te werken, om allerlei soorten werkateliers te
bedenken, zodat leerlingen die van de basisschool komen en geschikt zijn voor een beroepsopleiding
niet meer in de schoolbanken hoeven te zitten. Al doende een heleboel leren en ideeën uitwerken om
de algemene vakken heel praktisch te integreren. En ook de aso’ers in deze ateliers laten werken,
zodat ze een heilig respect krijgen voor de timmerman en de loodgieter.
Een ministerie van jeugd en gezin uitbouwen. In iedere wijk van dorpen en steden bureaus bemannen waar
je hulp en advies kunt krijgen in verband met opvoedings- en relatieproblematiek. In deze wijkbureaus
ehbho-posten (eerste hulp bij huwelijksongevallen) en hartdefibrillators installeren om verliefde harten
van ouders die vallen op anderen dan waar ze ja tegen hebben gezegd, weer regelmatig te doen kloppen om
zo kinderen te redden van niet-bevoegde personen, die ineens hun leven binnendringen en dan ook nog een
keer de baas willen spelen.
Wat zie je in de wereld van vandaag verkeerd lopen? Welke zijn volgens jou de belangrijkste bedreigingen waarmee wij vandaag
en onze jongeren in de toekomst zullen worden geconfronteerd? Of zie je eerder gunstige ontwikkelingen.
De klimaatveranderingen kunnen wel eens veel ingrijpender worden voor het leven
op aarde. In mijn gedachten komt dan een uitspraak van Jezus, wanneer hij spreekt
over het einde van de tijd, voordat hij terugkomt: “Op aarde zal er angst ontstaan
onder de volken voor het gebulder en het geweld van de zee”.
Vrouwen knijpen een tube tandpasta in het midden, mannen doen die toiletbril niet naar beneden. Kun jij ook een
voorbeeld geven van zo'n kleine ergernis, een onbelangrijk iets, maar waar je het toch behoorlijk van op je zenuwen
krijgt.
Aan deze vraag heb ik me geërgerd, omdat ik hier de meeste tijd aan heb gegeven
zonder een bevredigend antwoord te kunnen geven.
Hoe vul je je vrije tijd? Wat is volgens jou een droomvakantie
Mijn vrije tijd was altijd goed gevuld met predikant zijn in een evangelische kerk.
Veel vergaderingen, begeleiden van mensen in hun problemen, bijzondere en gewone
erediensten organiseren, preken en studies voorbereiden. Tot ik een paar jaar geleden
een complete burn-out kreeg. Langzamerhand begin ik nu weer dingen op te pakken, ik
spreek weer bijna iedere zondag in verschillende evangelische kerkjes in West-Vlaanderen
en ook in Zeeuws-Vlaanderen. Ondertussen support ik mijn vrouw die zich vanuit onze kerk
inzet voor immigranten in Oostende.
Als reisleider van een christelijke reisorganisatie heb ik diverse groepen begeleid tijdens
hun vakantie naar diverse landen rond de Middellandse Zee, waarvan Turkije en Israël voor mij
veruit favoriet zijn.
Dan is ook een vast onderdeel van mijn vakantie een reis naar mijn innerlijk. Een groot
onzichtbaar gebied klaar om ontdekt te worden, vaak onbekend, dus zeer avontuurlijk.
En om deze reis tot een voorlopig goed einde te brengen, heb ik een goede gids nodig,
mijn geweten helpt daarbij, die me overtuigt welke zaken anders en beter moeten en de
bijbel is een trouwe helper, die me op een ongelooflijke manier vertelt hoe ik als mens
werkelijk in elkaar zit.
Hoe schat je jezelf sportief in? Doe je aan sport? Genoeg? Zou het meer mogen/moeten
Ik vind dat er een overdreven aandacht is voor de mens en zijn sport, Ik kan lang
niet altijd ontdekken dat een gezond lichaam garant staat voor een gezonde geest.
Eigenlijk vind ik dat zoals wij bezig zijn met de conditie van ons uiterlijk niet
in verhouding staat met de aandacht, die er zou moeten zijn voor de innerlijke mens.
Toch mijn sport: ik ben opgegroeid in een watergebied en heb veel heel veel gezwommen
en opnieuw ben ik een periodieke zwemmer in het zoutwaterbad van Oostende samen met een
saunabezoek.
Is er een film of boek of tv-programma of cd of concert... dat het voorbije jaar of jaren een bijzondere indruk heeft gemaakt op jou?
“De kathedralenbouwers” van G. Duby, prachtig beeldend geschreven, over de middeleeuwse
maatschappij. “De uitverkorene” en “De belofte”, allebei van Chaim Potok, twee bij elkaar
horende boeken die het spanningsveld en de wondere wereld beschrijven van het liberale en
het orthodoxe jodendom.
“Het Requiem” van Mozart, dat me keer op keer doortrilt tot de essentie van het leven hier
op aarde, wat zo kort en eindig is.
De verfilming van Tolkiens boek “In de ban van de ring”. Op allerlei manieren kan ik de inhoud
focussen op de christelijke waarheden van ons leven. Dan de film die gemaakt is van het eerste
boek van de Narnia -reeks geschreven door C.S. Lewis, een vriend van Tolkien, waarin de leeuw
Aslan de hoofdrol speelt en op sublieme wijze de betekenis van het offer van Jezus laat zien.
Welke gastronomisch hoogstandje tover je uit je pot, als je daar zelf moet in roeren? M.a.w.: geef eens een tip voor een
superlekker receptje.
Mijn vrouw en ik koken allebei heel graag, in de vakanties om de beurt en als er gasten
zijn samen. De diverse Vlaamse gasten aan onze tafel horen we altijd een zucht van opluchting
slaken, wanneer wij even in de keuken zijn, dat ze bij Nederlanders aan tafel zitten, die
zich in ieder geval wat de maaltijden betreft, goed hebben aangepast aan de Vlaamse eetcultuur.
Toch wel, je wint de Loto, de volle pot: wat doe je daarmee?
Mijn droomvakantie: een reis rond de wereld waar ik minstens twee jaar voor uit zou
willen trekken. De zak met lottogeld op de rug, projecten bezoeken waar mensen zich
inzetten voor een menslievende zaak, zorgen dat de last op mijn schouders dan telkens
lichter wordt, zodat ik uiteindelijk met een rechte rug terugkom in Koekelare en mijn
gewone leven weer oppak. Want het beste deel van mijn leven komt nog: de tijd waarin de
heer van de ring geen macht meer heeft en waar Aslan met zijn koninklijke adem alles nieuw maakt.
Game, set and match. De ironicus in ons is eventjes de trappers kwijt.
Henk-Jan, het gaat je goed!