VEILIGHEID EN HULPVAARDIGHEID    De leerlingen zien in dat hun gedrag invloed heeft op de eigen veiligheid en die van     anderen     De leerlingen kunnen enkele veilige en onveilige situaties in hun eigen leefomgeving    identificeren en kunnen voorbeelden geven van preventieve maatregelen.     De leerlingen kennen het verkeersreglement en de veiligheidsvoorschriften voor     voetgangers, (brom)fietsers, passagiers en kunnen ze toepassen.     De leerlingen kennen kunnen op een efficiënte manier hulp inroepen in een nood-    situatie en zelf eerste hulp bieden bij kleine wonden.     De leerlingen passen veiligheidsvoorschriften toe en nemen veiligheidsvoorzorgen    in werkplaatsen, labo's en in andere situaties.     De leerlingen herkennen een noodsituatie en treden daarbij efficiënt op.    De leerlingen kunnen anderen in nood helpen door het toepassen van eerste hulp    en cardiopulmonaire resuscitatie (CPR).     De leerlingen verwerven inzicht in de structuren en het beleid die de gezondheids-    en welzijnszorg ondersteunen.     De leerlingen participeren aan het gezondheids- en veiligheidsbeleid op school en    in hun omgeving. |
REALISATIES |