REGULERING    De leerlingen kunnen hun werktijd plannen en het nodige materiaal selecteren     en ordenen.     De leerlingen kunnen zichzelf met behulp van een antwoordenblad, een     correctiesleutel, de aanwijzingen van de leraar of de lesdoelstellingen.     De leerlingen kunnen de eigen werkwijze vergelijken met die van anderen,     aangeven waarom iets fout gegaan is en hoe fouten vermeden kunnen worden.     De leerlingen kunnen een realistische werk- en tijdsplanning op korte termijn    maken.     De leerlingen kunnen hun leerproces beoordelen op doelgerichtheid en zonodig    aanpassen.     De leerlingen kunnen uit leerervaring conclusies trekken voor een nieuwe leertaak.    De leerlingen kunnen beseffen dat ze de oorzaak van slagen en mislukken vaak     subjectief toeschrijven.     De leerlingen kunnen beseffen dat het affectieve het leerproces beïnvloedt.    De leerlingen kunnen een realistisch werk- en tijdsplanning op langere termijn    maken.     De leerlingen kunnen hun leerproces sturen, beoordelen op doelgerichtheid en     zonodig aanpassen.     De leerlingen kunnen toekomstgericht conclusies trekken uit leerervaringen.    De leerlingen kunnen de oorzaak van slagen en mislukken objectief toeschrijven.    De leerlingen kunnen in hun leerproces rekening houden met het affectieve.    zonodig aanpassen. |
REALISATIES |