CULTURELE DIVERSITEIT    De leerlingen kunnen illustreren dat de verscheidenheid aan levende wezens    samenhangt met en beïnvloed wordt door de landschapsstructuur en de menselijke     benutting van het milieu.     De leerlingen kunnen illustreren hoe mensen uit verschillende culturen op     verschillende wijzen met planten en dieren omgaan.     De leerlingen kunnen enkele kenmerken van de relatie mens-milieu beschrijven    in samenlevingsvormen in tijd en/of ruimte.     De leerlingen voelen de waarde aan van persoonijke natuurbeleving en het genieten    van de natuur en de landschappen.     De leerlingen beseffen dat mensen met andere historische, socio-economische of     culturele achtergrond de natuur en een landschap anders kunnen ervaren.     De leerlingen zijn bereid actief deel te nemen aan het maatschappelijk debat over    natuur- en milieubeleid.     De leerlingen zijn bereid ethische normen te hanteren ten opzichte van scenario's    van bijvoorbeeld economische groei, welvaartontwikkeling, demografische evolutie     en biotechnologische ontwikkeling op mondiaal vlak. |
REALISATIES |