ZORG DRAGEN VOOR...    De leerlingen kunnen voorbeelden geven van oorzaken van lucht-, water of bodem-    verontreiniging en de gevolgen aangeven voor mens, plant en dier in de eigen     leefomgeving.     De leerlingen kunnen voorstellen formuleren om in de eigen leefomgeving de     kwaliteit van lucht, water of bodem te behouden of te verbeteren.     De leerlingen gaan zorgzaam om met lucht, water en bodem in de eigen     leefomgeving.     De leerlingen kunnen door een eenvoudig kwalitatief en kwantitatief onderzoek     aantonen welke afvalstoffen in de eigen leefomgeving voortgebracht worden.     De leerlingen illusteren dat zij door het voorkomen van afval en door hergebruik    kunnen bijdragen tot de beperking van de afvalproductie en passen dit toe.     De leerlingen kunnen uitleggen wat er met niet-gerecycleerd afval uit hun eigen    leefomgeving gebeurt.     De leerlingen kunnen milieu-aspecten op school identificeren en gericht zoeken    naar informatie m.b.t. tot omgaan met middelen, grondstoffen en verbruiksgoederen.     De leerlingen zijn bereid tot een duurzaam gebruik van grondstoffenn, goederen,    energie en vervoermiddelen.     De leerlingen kunnen aan een milieuzorgsysteem op school meewerken en zoeken     hierbij naar acties die bijdragen tot een duurzame oplossing voor een bepaald     milieuprobleem.     De leerlingen kunnen contacten leggen met buitenschoolse milieu-instanties bij    het werken aan het milieuzorgsysteem en sensibiliseren de school voor milieusparend     gedrag.     De leerlingen kunnen omgaan met het gegeven dat een duurzame oplossing voor    een milieuprobleem afhangt van rationele en niet-rationele factoren en niet altijd     beantwoordt aan hun verwachtingen.     De leerlingen kunnen de specificiteit van en de verscheidenheid binnen een land-    schappelijk waardevol gebied met een hoge natuurwaarde beschrijven en bespreken.     De leerlingen kunnen elementen verzamelen die de kwetsbaarheid van een land-    schappelijk waardevol gebied met een hoge natuurwaarde aantonen en anderen     sensibiliseren voor natuurbehoud of natuurwaardering.     De leerlingen zijn bereid zich in te zetten om de biodiversiteit en de waarde van    een natuurgebied en van een landschap te behouden.     De leerlingen kunnen beschikbare communicatiekanalen en milieueducatieve     netwerken aanwenden bij milieu-initiatieven en -projecten.     De leerlingen kunnen het normverleggend en grensoverschrijdend karakter van     milieuvervuiling bij productie en verbruik illusteren.     De leerlingen zijn bereid de milieureglementering toe te passen.    De leerlingen hebben bij het kopen van goederen en verbruiken van diensten    oog voor nieuwe milieuvriendelijke alternatieven of kleinschalige initiatieven     in het kader van een duurzame ontwikkeling. |
REALISATIES |