SAMENWERKINGEN ORGANISATIE    De leerlingen leggen contact met anderen binnen de groep en staan open voor    contact met anderen buiten de groep.     De leerlingen kunnen in een groepsdiscussie hun mening weergeven, handhaven    en bijsturen.     De leerlingen kunen onder begeleiding een taakgroep organiseren en bevorderen    de onderlinge verstandhouding.     De leerlingen kunnen uit aangeborden informatie, leef- en omgangsgewoonten     binnen gezinnen of culturen weergeven en hun eigen gedrag daarentegenover     verwoorden en bespreekbaar stellen.     De leerlingen kunnen het belang aangeven van volgende kenmerken van relaties:    afspraken, regels, rolpatronen, machtverhoudingen en gelijkwaardigheid.     De leerlingen kunnen aangeven dat men binnen een relatie keuzes maakt en dat     men een relatie vorm geeft op basis van inzicht in haar kenmerken.     De leerlingen oefenen zich in het opbouwen en onderhouden van een relatie door:        in overleg afspraken te maken en taken te verdelen        bewust/bedachtzaam om te gaan met gevoelens.        verschillen en conflicten binnen een relatie te herkennen en er mee         om te gaan.         zich weerbaar op te stellen en persoonlijke autonomie te behouden.        het afwegen van het belang van een relatie t.o.v. hun andere relaties.        om te gaan met vormen van afscheid nemen.    De leerlingen accepteren verschillen en hechten belang aan respect en     zorgzaamheid binnen een relatie.     De leerlingen helpen mee aan het formuleren en realiseren van     groepsdoelstellingen door bijvoorbeeld:         contacten te maken.        te overlegeen en afspraken te maken.        taken en functies te verdelen.        belangenaf te wegen en te bemiddelen.        bij te dragen aan een goed functioneren van de groep als groep.    De leerlingen kunnen het belang en de mogelijke risico's aangeven van het     behoren tot formele en informele maatschapelijke netwerken en kunnen     de voordelen ervan gebruiken.     De leerlingen streven naar een evenwicht tussen eigen wensen, verlangens    en belevingen, en het groepsbelang.     De leerlingen kunnen omgaan met hiėrarchie, macht en regelgevingen.    De leerlingen engageren zich om een eigen verantwoordelijkheid op te nemen. |
REALISATIES |